Jeugd in Kampen en Wilsum
Jan Harmen van den Berg werd op 8 september 1739 te Kampen in de Buitenkerk gedoopt als tweede kind van het echtpaar Daniël Jans van den Berg en Johanna Worst. Vóór hem was er een zus (Harmina), die op jonge leeftijd moet zijn overleden, en na hem werd er een broertje Teijs geboren.
Vader Daniël moet ergens tussen 1742 en 1748 zijn overleden, want in de volkstelling van 1748 woont moeder Johanna (als weduwe) samen met twee kinderen onder de tien jaren (dat moeten dus Jan Harmen en Thijs zijn) in een huis op de Burgwal (Buiten Quartier). Moeder Johanna overlijdt en wordt op 31 maart 1751 in de Buitenkerk van Kampen begraven (46 jaar oud). Jan Harmen was toen dus nog maar 11 jaar oud. Waar Jan Harmen toen naar toe ging weet ik niet (weeshuis/familie in Wilsum? Ik heb niets in momberboeken gevonden). Wel is het waarschijnlijk dat Jan Harmen zijn latere vrouw in Wilsum heeft ontmoet, want daar woonde en (J)Anna Eschmeijer: een jongere zuster van Clara die met de amptsdienaar/armenjager/vilder Willem Hendrik Wienbeld was getrouwd. Wellicht leerde Jan Harmen daar zijn toekomstige beroep.
Ommen: vilder
Een Jan Harmen van den Berg is in 1767 met attestatie van Wilsum in Ommen binnengekomen. Hij vestigde zich in de buurtschap Siese, tegenwoordig Seese (ten zuiden van Ommen). Bij zijn naam is vermeld 'de viller' (Lidmatenboek Ommen 327). Als Jan Herman, j.m. van Ommen, trouwde hij met Clara Eschmeijer, j.d. van Wijhe, 1 november 1767 Wijhe (Trouwboek Wijhe 545A). Clara is gedoopt op 22 juli 1742 te Wijhe als dochter van Jannes Eschmeijer en Trijntje Hendriks. Waarschijnlijk was schoonvader Jannes Eschmeijer armenjager, een beroep dat vergelijkbaar was met dat van vilder.
Jan Harmen is geen poorter van Ommen geworden (over de reden hiervan volgt later nog een bijdrage rond het thema 'Vilder'). Wel komt Jan Harmen voor op de lijst van manschappen die bezwaar aantekenen tegen 'het leren van de wapenhandel of Exercitie' d.d. 22 november 1784 (archief Ommen nr.168). Dat kan niet anders betekenen dan dat Jan Harmen dus prinsgezind was en tegenstander van de patriotten.
Jan Harmen en Clara kregen samen tien kinderen (zie een andere bijdrage), waarvan er verschillende nog vrij jong waren toen Clara in 1790 (48 jaar oud) te Ommen overleed. Dat zal (zie hierna) dus vóór 30 oktober 1790 zijn geweest.
Kampen: witwerker
Vrij snel daarna moet Jan Hermen naar Kampen vertrokken zijn, want in het lidmatenboek van Kampen staat dat Jan van den Berg met attestatie van de kerk van Ommen (bl 45) binnen in de Hervormde gemeente te Kampen voor kerst 1790. In Kampen is Jan van den Berg als stadswitwerker aangesteld en heeft hij 30-10-1790 de eed afgelegd op de instructie voor de stadswitwerker. Uit de instructie blijkt dat het gaat om het opruimen van kadavers van vee, d.w.z. het villen en begraven in een vilkuil. Hij moet op de kades aangespoelde krengen van honden, katten en andere dieren in de IJssel teruggooien zodat ze door de rivier afgevoerd worden. In geval van hondsdolheid moet hij alle loslopende honden doodslaan en in de rivier werpen. Ook heeft hij een taak bij het brandmerken (het heten maken van het ijzer en het brengen van het ijzer met de vuurpot naar het schavot), het onthoofden (het aanbrengen van zand op het schavot), het ophangen (het graven van een gat onder de galg en het later dichtgooien). Voorts moet hij het schavot opruimen en schoonmaken en ook gaten graven voor zelfmoordenaars. Ook de oudste zoon van Jan Harmen, Daniël (op dat moment al 20 jaar oud) wordt (in de volkstelling van 1795) als witwerker vermeld
Overlijden
Jan overleed 8 december 1794 in Kampen (57 jaar oud). Pas op 30-08-1796 zijn over zijn kinderen Gerrit, Berend, Anna en Willem als voogden aangesteld: Claes Hoesbergen en Lambert Bos. Waarom dat zo lang geduurd heeft, weet ik niet.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten