donderdag 18 januari 2007

post nr 26: reconstructie van de moord op Hendrik Esmeijer, armenjager van Raalte op 11-08-1724

Hierboven zie je een kaart van het gebied Raalte-Dalfsen-Ommen (weliswaar van 100 jaar later [1820], maar toch duidelijk). Klik op de kaart om een grotere versie te bekijken.
In dit gebied speelde zich in het jaar 1724 een uit de hand gelopen ruzie af, die leidde tot de moord op mijn voorvader Hendrik Esmeijer (die in het verhaal trouwens zelf ook niet zo'n fraaie rol speelde). Uit de originele processtukken heb ik de gebeurtenissen die tot de moord leidden kunnen reconstrueren.
Vlak voor of tijdens de Ommer Bissinge (de jaarlijkse paardenmarkt: Bissinge betekent “bit”) van 10 juli 1724 hadden Peter Spoorenberg (de vilder en armjager van de Noordzijde van de Vecht in Dalfsen) en Hendrik Esmeijer (bijgenaamd Henneman, de armenjager en vilder van Raalte) een geschil met Gerrit Esmeijer (de vilder en armjager van de Zuidzijde van de Vecht in Dalfsen).

Wellicht was de aanleiding tot dit geschil dat Hendrik ook binnen het gebied van Gerrit werkte, en daarbij op Dalmshout (vlak over de grens van Raalte) twee stuks gestorven vee vilde, en de resten ervan niet begroef, maar gewoon liet liggen. Het overige vee raakte hierdoor in paniek en verwondde zichzelf. Hendrik ontnam Gerrit dus inkomsten en liet het zware werk voor hem liggen. Logisch dat Gerrit hierdoor ontstemd was. Gerrit was samen met zijn moeder Hendrik naar Ommen gevolgd om verhaal te halen, en kreeg daar ruzie met Hendrik, Peter Spoorenberg en nog enkele niet met name genoemde personen.

In ieder geval is duidelijk dat Peter Spoorenberg en Hendrik Esmeijer daarna plannen maakten om Gerrit Esmeijer samen nog eens te grazen te nemen tijdens de Ommer Bissinge. Zoveel blijkt uit gesprekken die Peter tevoren voerde in het huis van Klaas Engbers. Even nadat Peter verteld had dat ze Gerrit te pakken zouden nemen, voegde Hendrik Esmeijer zich scheldend bij hem. Het gezelschap (bestaande uit Peter Spoorenberg, Hendrik Esmeijer, diens vrouw en twee zoons) ging op zoek naar Gerrit.

Toen hij Gerrit vond, belaagde Hendrik hem met zijn vildersmes (dit had twee oren). Gerrit vluchtte, maar kon op een gegeven moment niet meer verder. Hij trok zijn degen, die hij als Rode Roede van Rechteren en Millingen droeg, (een rode roede werd ook wel ingebieder of inhaler genoemd. Wanneer een schepenbank het recht had op bewoners van buiten de stad voor het gerecht te dagen, waren deze personen verantwoordelijk voor het ophalen en voor het gerecht brengen van deze personen. Zij droegen als teken van hun waardigheid een rode staf.) om zich te verdedigen. De degen werd vervolgens van hem afgepakt, en er ontstond een vuistgevecht tussen Gerrit en de anderen. Peter Spoorenberg had een spade, waarmee hij Gerrit mee sloeg. Gerrit vluchtte met bebloed hoofd naar het huis van de brugwachter van Ommen, waar Gesine Wilms (de moeder van Gerrit) voor de deur zat. Peter sloeg toen Gesine een voortand uit de mond en gaf haar daarna nog eens met een stok er van langs. Gerrit kon met zijn moeder uiteindelijk wegvluchten naar Dalfsen, waarbij hij tot vijf keer toe werd achtervolgd door het bovengenoemde gezelschap. Onderweg maakten Hendrik en Peter ook nog eens ruzie met de Zwollenaar Hugo Visscher.

De volgende dag staken Hendrik Esmeijer, zijn vrouw (en twee zoons?), zijn hond en Peter Spoorenberg de Vecht over met de scholde (een veer). Ze hadden de degen van Gerrit Esmeijer bij zich. Toen ze al van wal waren gestoken, kwam Gerrit Esmeijer er aan. Hij vroeg zijn degen terug, maar dit werd geweigerd. Hendrik wilde de degen in het water gooien, maar zijn vrouw zei dat ze die aan de Drost wilde geven. Gerrit trok toen snel zijn rok/camisool uit en sprong hen achterna.
Even later hadden Hendrik en zijn vrouw het veerhuis aan de overkant (Zuidzijde) bereikt, toen Gerrit hen inhaalde. Gerrit had ook zijn hond bij zich en was gewapend met een snaphaan (die hij volgens zijn moeder bij zich had omdat hij die voor de RodenRoede (zie boven) nodig had. Hij zou hebben geprobeerd Hendrik dood te schieten, maar het geweer weigerde. Kennelijk stond er ook een kar bij het huis van de veerman, waarbij Gerrit stond. Peter Spoorenberg liep om deze kar heen, en er ontstond een handgemeen om het geweer. De honden deden ook mee. Peter pakte de snaphaan van Gerrit af en wilde Gerrit er mee doodschieten, maar het geweer weigerde. Toen sloeg Peter Gerrit er maar mee. Gerrit vond bij een stapel hooi een hooivork, waarmee hij zich verdedigde (met de punten van de vork naar voren) en Hendrik mee op het hoofd sloeg.

Intussen had Hendrik Gerrits (bijgenaamd Kisjen Dol) uit Dalfsen aan de overkant zonder toestemming van de eigenaar een schip genomen, dat geladen was geweest met ackermaels eekschors (schors afkomstig van eikenhakhout, dat van bospercelen of van houtwallen afkomstig was). Hij voer naar de overkant en pakte uit het schip een meshaak. Zonder iets te zeggen ging hij meedoen met het gevecht, en sloeg met het mes in het hoofd van Hendrik Esmeijer, waarna deze overleed. Het mes zat zo vast, dat hij het er niet meer uit kon trekken. Kisjen Dol sprong met kleren en al in de Vecht, stak over en vluchtte weg.

Naderhand werd door de chirurgijn vastgesteld dat Hendrik Esmeijer twee hoofdwonden had. Bij de ene wond was de schedel niet gepenetreerd: deze werd gevonden bij het rotsbeen. Waarschijnlijk is die wond het gevolg van de klap met de hooivork, die Gerrit Esmeijer had gegeven. De tweede, dodelijke, wond was veel dieper. Bij een grote groeve in de hersenen (comissura lamdaides) waren alle hersenvliezen doorboord en ging de wond nog een halve vinger lang de hersenen in.

Getuigen:

  • In het huis van Klaas Engbers: Ariaen Hendriks, Peter Jans en Klaas Engbers
  • In het huis van de Bruggemeester van Ommen: de bruggemeester en Werner Arent
  • Vermoedelijk waren de hierboven genoemde huizen kroegen.
  • Aan de noordzijde van de Vecht: Steven Wolters en Barlo
  • Aan de zuidzijde van de Vecht: Jannes Wolters en Jan Zijger Correbagh

Opvallend is dat ik nergens het relaas van Peter Spoorenberg, Clara Gosling of Gerrit Esmeijer zelf ben tegengekomen. Ook is er nergens een verwijzing naar een rechtszaak of een veroordeling van Kisjen Dol.

Geen opmerkingen: